Kitesurf wiki

Kite: Een kite is een vlieger. Dit is ook de letterlijke vertaling uit het engels. Wij gebruiken altijd de engelse benaming van een vlieger wanneer we spreken over kitesurfen.

Kiteboard: De surfplank die we gebruiken voor het kitesurfen.

Twintip-Kiteboard: Een kiteboard die aan beide kanten praktisch hetzelfde is en twee kanten opgevaren kan worden.

Wave-Kiteboard: Dit is eigenlijk hetzelfde als een normale golfsurfplank, maar dan ontwikkelt voor het kitesurfen.

Footstraps: De voetbindingen op een kitesurfplank die ervoor zorgen dat je niet je board verliest tijdens het kitesurfen. Dit gebeurt in het begin, en met het maken van sprongen, vaak. Het is mogelijk om snel uit deze straps te stappen. Dit is belangrijk voor je veiligheid en draagt o.a. bij aan het voorkomen van enkel- en knieletsel.

Bindingen: Vastgezette schoen op een kitesurfboard met veters en/of clips erop. Dit board kun je niet makkelijk uit- en aandoen.

Zit-Trapeze: De trapeze is  hetgeen wat om je middel en achter je billen zit. De trapeze zorgt ervoor dat jij jezelf kan bevestigen aan de kite. Een voordeel hiervan is dat de kracht van de kite wordt overgedragen op je hele lichaam en niet alleen op je armen.

Heup-Trapeze: De trapeze is  hetgeen wat om je middel zit. De trapeze zorgt ervoor dat jij jezelf kan bevestigen aan de kite. Een voordeel hiervan is dat de kracht van de kite wordt overgedragen op je hele lichaam en niet alleen op je armen.

Depowerstrap: Bevestigd aan de lijnen, ongeveer 30-50 cm van je vandaag. Met dit onderdeel verstel je de lengte van twee van je lijnen waardoor de stand van je kite veranderd. Je kunt hiermee de druk in je kite bepalen.

Pigtail: De kleine lijntjes die aan de kite zitten. Hieraan zit een knoopje of lusje waaraan de lijnen bevestigd dienen te worden.

Kattenklauw: De knoop die je gebruikt om de kitesurflijnen vast te maken aan de pigtail.

C-Shape Kite: Een C-vormige kite die vooral bedoeld is voor de ervaren rider. De kite heeft weinig windbereik en veel explosieve kracht

BOW-Kite: Een kite die platter is dan de C-Shape Kite. De  kite heeft meer windbereik en is vaak bedoeld voor de wat minder ervaren rider of wavekiters.

Delta-Kite: Een kite die C-kite eigenschappen heeft, maar van bovenaf gezien de vorm van een delta vlieger heeft. Een kite die veelal geschikt is voor meerdere disciplines zoals freestyle kitesurfing, wavesurfing etc. Een echte allround kite.

Foil-Kite: Een kite die niet dient te worden opgepompt. Ook wel een matrasvlieger genoemd. Door middel van de wind worden de kamers gevuld met lucht zodat de kite profiel krijgt.

Tube-Kite: Een kite die opgepompt dient te worden en verzien is van een binnenband.

LE. Leadine Edge: De voorkant van de kite. Vaak is dit het gedeelte dat wordt opgepompt. Het is het dikkere deel van de kite wat o.a. belangrijk is voor de aerodynamica die nodig is om de kite te laten vliegen.

Trailing Edge: De achterkant van de kite. De andere kant ten opzichte van de Leadig Edge.

Bridels: De touwen die bevestigd zijn aan de kite. Hiermee dienen de lijnen te worden verbonden. De bridels zorgen voor de vorm, en stabiliteit van de kite.

Katrol: De kite katrol is hetzelfde als een ‘normale’ katrol. Een wieltje die ervoor zorgt dat een lijn ergens doorheen of overheen kan rollen zonder dat de beweging leidt tot slijtage.

Impact vest: Een vest dat bedoeld is om de impact van een crash op te vangen. Hierdoor wordt de directe kracht op je lichaam verminderd.

Kite bar: De stok/het stuur waar alle lijnen aan verbonden zitten. Met de bar bestuur je de kite.

Floaters: De twee kokervormige onderdelen aan het begin van de lijnen en de zijkant van de bar. De floaters zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat je bar niet zinkt als je deze loslaat of ontkoppeld en ze beschermen ook je handen. Daarnaast zorgen ze ervoor dat de llijnen niet om je bar heen slaan.

Chickenloop: Het ronde oog, onder of aan het begin van de lijnen, waar je mee inhaakt.

Donkey dick: Het slurfje/piemeltje naast de chickenloop bedoeld om de chickenloop vast te zetten in de trapeze zodat deze er niet onnodig afvalt.

Stuurlijnen: De lijnen links en rechts aan het eind van de bar waarmee je de kite stuurt.

Powerlijnen: De lijnen in het midden van de bar die direct verbonden zijn met de chickenloop en trapeze. Hier hangt de volledige kracht van de kite op.

Downwind: Alles wat met de wind meegaat of zich lager aan de wind bevindt.

Upwind: Alles wat tegen de wind ingaat of zich hoger aan de wind bevindt.

Turbulentie: Wind die van alle kanten komt, vaak vanwege een obstakel in de lucht of op het strand. De wind moet om en/of over dit obstakel heen.

Beaufort: De kracht van de wind uitgedrukt in beaufort. Dit kan van windkracht 1 t/m 12. 1 tot 12 beaufort, waarbij 1 windstil, en 12 orkaankracht.

Knopen: De kracht van de wind uitgedrukt in knopen. Dit wordt met kitesurfen (en andere windgerelateerde activiteiten) vaker gebruikt dan beaufort omdat knopen de windkracht nauwkeuriger aangeven.